Wie vraagt hoe zwaar een aansluiting is, krijgt afhankelijk van wie hij vraagt een ander getal. Dat komt niet doordat iemand het fout heeft, maar doordat er vier verschillende dingen bestaan die alle vier "de aansluiting" worden genoemd.
De kabel. Wat er fysiek in de grond ligt tussen het net en uw pand. Dit getal kent alleen de netbeheerder, en u krijgt het niet zomaar te horen — het komt pas boven water als u een transportverzoek indient.
Het contract. Wat u mag afnemen. Bij kleinverbruik is dat de tariefcategorie op uw nota. Bij grootverbruik is het het gecontracteerd transportvermogen in uw aansluit- en transportovereenkomst met de netbeheerder, en dat is een apart onderhandeld getal.
De zekering. De hoofdbeveiliging in de meterkast. Die kan lager staan dan de aansluitwaarde, bijvoorbeeld omdat de vorige gebruiker minder nodig had.
Het gebruik. Wat er werkelijk doorheen gaat. Dat staat op de nota als jaarverbruik, maar zegt weinig over de piek — het moment waarop alles tegelijk aanstaat.
Waarom dit ertoe doet. Bij een grootverbruikaansluiting kan het contract fors lager staan dan wat de kabel aankan. Een pand met een aansluiting van 3×160 Ampère — 111 kilowatt — kan een overeenkomst hebben voor 55. Wie op de aansluitwaarde afgaat, denkt dat hij het dubbele heeft van wat hij mag gebruiken.
Ophogen kan, maar dat is een transportverzoek bij de netbeheerder. In een gebied met netcongestie komt dat op een wachtlijst — ook als de kabel het aankan. Wat schaars is, is niet de kabel naar uw pand maar de ruimte op het onderstation erachter.
Wat u ermee doet. Vraag bij een grootverbruikpand vóór aankoop of ondertekening de aansluit- en transportovereenkomst op bij de huidige gebruiker. Zonder dat document weet u niet wat u koopt.